dinsdag 19 juli 2011

Practicum presentaties.



Donderdag morgen ging ik zoal gewoonlijk op weg naar de Engelse les, maar het was me al opgevallen dat de studenten die hier hun practicum hebben gedaan, netjes in uniform waren. (overhemd met embleem en stropdas) Even gevraagd wat er gaande was en het bleek dat ze vandaag de presentatie van hun eindverslag doen, ter afsluiting van het practicum. Tja, dus waarschijnlijk geen Engels, want iedereen werd daarvoor in de aula hier verwacht. Ik dus mee om naar deze presentaties te kijken. Er waren nogal wat laptops en de eerste serie ging over: aardappel- en tomatenteelt, de invloed van het drogen van de koffie op de smaak en de bemesting van koffie zaailingen.

 De PowerPoint presentaties gingen niet soepel. De beamer werkte niet en uiteindelijk werd zelfs mijn hulp ingeroepen. Ik zei nog dat ik er niet veel verstand van heb, maar na één keer op de aan-uit knop en twee keer op de autosearch knop te hebben gedrukt is mijn reputatie als automatiseringsdeskundige ook gevestigd. Dit kunstje heb ik nog een aantal keren herhaald. Gelukkig werd er voor mij het een en ander vertaald, maar het was toch een hele zit. De stoelen zijn hier hard en buitengewoon recht. Ik merk wel dat ik nu ook, tussen neus en lippen door, vragen krijg over, aardappelteelt, zaadproductie op kleine schaal en ik ben erg blij met mijn cd-rom met alle publicaties van 20 jaar Agromisa waar ik zo hele stukken In het Engels van kan doorgeven. Ik denk nog steeds dat ik geleidelijk aan wel meer in het echte werk betrokken zal raken.

De studenten werd het vuur wel na aan de schenen gelegd met zeer kritische vragen. Veel cijfers. Tussen de middag naar een trouwerij van een dochter van een medewerker hier, dat was leuk. Hij woont hier ongeveer 3 km vandaan. Lekker eten, veel mensen onder een groot rood zeildoek in de tuin. De aanwezigheid van een “falang” verhoogt hier de feestvreugde aanmerkelijk. Iedereen die hem al een beetje heeft zitten komt dat even bevestigen, voornamelijk de oudere heren. We bleven een uurtje en toen terug voor de rest van de presentaties, nu ook zonder PowerPoint, maar met mooie flapovers.

 ’s Avonds samen eten en Beerlao drinken. Er werd ook fanatiek petangue gespeeld. Nog een Frans overblijfsel. Er werd in groepen gespeeld en het was erg gezellig. Het was maar goed dat het feestje bij mij voor de deur was, want je drinkt hier ongemerkt meer dan goed voor je is. Er gaat regelmatig iemand rond met een glas en zo’n grote fles BeerLao (640 ml), dat glas wordt gevuld en ze blijven wachten tot je het leeg hebt, om het aan je buurman te geven. Voortaan maar iets eerder zo’n rondje overslaan.
Het zal hier trouwens wel erg rustig worden als de studenten vertrokken zijn, de nieuwe lichting komt pas in maart. Met een paar studenten had ik een leuk contact en die zal ik zeker nog eens opzoeken in Pakse. De lagere en middelbare scholen zijn hier ook voor drie maanden dicht.


vrijdag 8 juli 2011

Settling in



Na de beginperiode waarin ik voornamelijk bezig was met de mogelijkheden en voorwaarden hier ter plaatse te ontdekken, begin ik nu een beetje te denken dat ik wel weet hoe ik me hier moet redden. Vooral in het begin was het moeilijk te weten te komen waar je alles kon krijgen wat je nodig had. In Ituo zelf, het dorpje hier vlakbij is niet zoveel. Er zijn wat kleine winkeltjes waar je wat blikjes vis, tandpasta, zeep ed. kunt krijgen en ik heb ontdekt dat er ook af en toe kool, uien en komkommers worden verkocht. En natuurlijk BeerLao, want ik heb ergens gelezen dat eten in Laos soms moeilijk is, maar dat er nergens een plek in Laos is waar je niet op loopafstand een winkeltje hebt waar je BeerLao kunt krijgen.
Ingang van de markt in Pakse

Eerst had ik niet door hoe ik goed aan brood kon komen. Omdat Laos Frans is geweest, zijn baguettes alom bekend en een van de weinige zichtbare overblijfselen uit de Franse tijd. In Pakxong kan je kleine broodjes krijgen, maar die worden langs de weg verkocht door twee Chinese dames en die zijn niet altijd vindbaar. In Pakse is volop brood. Maar laatst zag ik, toen ik bij de Fair Trade erkende koffie coöperatie koffie zat te drinken, dat ´s morgens tussen 7 en 8 iemand met een grote kast vol brood, op de motorfiets langskomt en die verkoopt natuurlijk. Nu geef ik geld aan de dame van de coöperatie, zij koopt mijn broodjes en ik haal ze later op.
De markt in Pakxong.


Groente en vlees zijn ook moeilijk te krijgen. In Pakxong, ongeveer 15 km; is wel een flinke markt, maar de groente is er vrij duur en vlees is alleen ´s morgens goed te krijgen. Als ik ´s middags aankom is het meestal uitverkocht. Daarvoor moet ik dus naar Pakse. Dat is wel iets verder (35 Km), maar daar probeer ik één keer in de week naar toe te rijden voor de inkopen. Daar is een zeer uitgebreide markt, waar heel veel te koop is en er zijn een aantal vrij westerse Supermarkten. Je kunt daar niet alles krijgen, maar er is toch heel veel. Verse melk en melkproducten zijn moeilijk verkrijgbaar. Eigenlijk is er alleen houdbare melk en er wordt hier veel sojamelk gedronken, vaak met een smaakje. Vlees is dus lastig en ik koop meestal maar niet te veel, want in Pakse is het warm en het moet nog de hele weg mee terug. Groente en fruit zijn wel goed te krijgen, geen sinaasappels, maar wel mandarijnen, maar heel veel tropisch fruit en op de terugweg koop ik dan langs de weg een mooie ananas voor 5.000 kip (€ 0,50) Die kan op mijn kleine voor bagagedrager, onder de klem, want om alles voor een week mee te krijgen is nog niet makkelijk. Ik heb een flinke plastic doos op het achter rek en mijn rugzak is natuurlijk overvol, maar het lukt. Op het terrein hier staan volop Avocado bomen met heel veel avocado´s erin. Af en toe maak ik een ronde om er een paar te verschalken, maar dat valt nog niet mee, want je moet concurreren met jongetjes die met lange stokken de vruchten uit de bomen porren. Ik kan ze ook langs de weg kopen, een kilo voor 15.000 kip.
Friendship supermarkt.

In het weekend is het op het Research Centre een beetje uitgestorven. Veel mensen gaan in het weekend weg. Ik ben maar weer een waterval in de buurt gaan opzoeken. Thamchampy deze keer, ongeveer 6 km van hier. Een leuke waterval met een ruime zwemgelegenheid ervoor, wel met een sterke stroom en met een grote grot erachter.

vrijdag 24 juni 2011

Kenya reünie.



Iedere 5 jaar komt de groep waarmee ik in Kenya, als vrijwilliger, mijn loopbaan ben begonnen bij elkaar. Omdat ik daar niet bij ben dit keer schreef ik een mail waarin een aantal paralellen met mijn werk hier aan de orde komen. Leuk genoeg om in de blog te zetten, vandaar hier de mail. Om niet helemaal zonder foto’s te zitten; nog een keer het uitzicht, nu in regentijd en wat insecten. Het stikt hier van de vlinders, maar de dagvlinders zijn moeilijk te fotograferen. Ik blijf mijn best doen.







Ituo, Loa PDR, 21 juni 2011.
Habari Rafiki,
Omdat ik voor de eerste keer een reünie ga missen en ik me toch wel zo betrokken bij onze groep wil ik toch laten weten hoe het met me gaat; hier een samenvatting. Sinds de laatste reünie nam het plan om het voorbeeld van Hans en Hanny te volgen om weer vrijwilliger te worden steeds vastere vormen aan. Hoe gaat dat? Je kijkt eens wat er is, je oriënteert je een beetje op de gevolgen voor je pensioen. Als dat meevalt schrijft je je in bij VSO, komt door de ‘keuring’ krijgt een aanbod en nog een en dan moet je ineens beslissen of je het nu echt doet. Nou, ik heb het echt gedaan en ik ben weer vrijwilliger, nu voor VSO, in Laos. Je kunt dit zien als gebrek aan vooruitgang. (zoals de directeur van de Triodos bank reageerde op een afscheidsetentje: “Vrijwilliger in Laos? Maar dat doen mensen toch als ze 20 zijn?”) Zelf zie ik het als het rond maken van de cirkel. Ik heb in Kenya een enorm fijne tijd gehad, waar ik vooral heel veel heb geleerd. Ik dacht altijd dat ik zelf veel meer aan die tijd heb gehad dan Kenya aan mij. Het idee om aan het eind van mijn carrière echt mijn opgedane ervaring te gaan delen in een ontwikkelings land sprak me aan. Ik had er aanvankelijk geen rekening mee gehouden dat ik ook buiten Afrika gevraagd zou kunnen worden. Dat is voor mij wel een geluk gebleken, want het bevalt me hier uitstekend. Ik werk op een koffie onderzoeks centrum dat zich meer wil richten op onderzoek naar de mogelijkheden op het gebied van groente- en bloementeelt. Ik ben hier nu bijna twee maanden en ik houd me nu nog vooral bezig met het geven van Engelse les aan de stafleden hier. Vanwege de oriëntatie op communistische landen was het geven van Engels een tijd niet helemaal politiek correct. Laos is een land dat toch een beetje geïsoleerd is gebleven, het heeft zwaar geleden onder de Vietnamoorlog en is één van de minst ontwikkelde landen in ZO-Azië. (Ik hoorde net dat wat ik doe ‘capacity building ‘ heet, ik heb me altijd al afgevraagd wat die term precies inhield)
Het is echt leuk om de overeenkomsten en de verschillen met 40 jaar geleden te zien. Het programma van VSO in Laos is aan het opstarten en we waren met een groep van 6 vrijwilligers zo’n beetje de eersten die weer het binnenland in werden gestuurd. We hebben een taaltraining van 2 maanden in de taal Lao achter de rug. Een moeilijke taal, maar echt nodig als je hier wil werken. Ik kan je uit ervaring vertellen dat een taal leren als je 61 bent moeilijker is als dat je 21 bent. Ik heb hier mijn Kiswahili ook nog wel een beetje kunnen gebruiken, want een van mijn medevrijwilligers is een jongedame uit Kisumu, die voor dezelfde organisatie werkt in de bosbouwsectie, maar in het Noorden van het land. Zuid-Zuid hulp komt steeds meer voor, de andere medevrijwilligers kwamen uit India, de Filipijnen en Engeland. Ik heb trouwens ook nog contact met een Nederlandse VSO vrijwilligster die in de buurt van Kiambu in een project voor kleinschalige industrie werkt. Ik vind het leuk om haar ervaringen te lezen, die echt niet zoveel verschillen van wat wij destijds meemaakten.
Het samen de taal leren. Het feit dat je in dezelfde omstandigheden zit. Dat je daardoor lang vrij dicht op elkaar leeft heeft me erg teruggebracht naar onze eerste tijd in het KIT, Morogoro en de ICT. Daar heb ik wel vaak aan moeten denken de laatste tijd. Ik hoop dat jullie een hele leuke bijeenkomst hebben daar in Frankrijk. Het spijt me dat ik er niet bij kan zijn. Hoe Felice tegenover dit hele avontuur staat kan ze jezelf vertellen.
Groet, Flip

woensdag 15 juni 2011

Champassak



Het advies van de Australische arts in Vientiane heb ik me goed ter harte genomen. Hij dat je als je op een geïsoleerde plek in het binnenland komt te zitten dat het voor je mentale welzijn goed is er regelmatig uit te gaan. Afgelopen weekend dus maar eens een trip gemaakt naar Champassak een dorpje aan de Mekong ongeveer 40 km ten zuiden van Pakse. Ik reed op de heenweg ten westen van de Mekong over een goede weg er naartoe en het weer was ook goed dus het was een lekkere tocht op de motor.


Voor de laatste kilometers moest ik de rivier over en toen ik daar aan kwam zag ik natuurlijk het veer net weg varen. Een oudere vrouw gebaarde me dat er verderop nog een veer was. Na even zoeken vond ik die en ik kon vrijwel meteen mee. Twee flinke kano’s aan elkaar met wat planken dienden als veerpont en daar konden zeker 4 motors of scooters op. Voor een Euro was ik aan de overkant. De Mekong is echt een indrukwekkende rivier. Het regent nu dus hij is hier al zeker twee keer zo breed als de Rijn in de buurt van Rotterdam. Ik vond een guesthouse met uitzicht over de rivier. Er zijn niet veel toeristen op het moment. Champassak is een gemoedelijk dorp met een smalle weg en wat bruggetjes dat mij een beetje aan dopjes als Ankeveen en Kortenhoef deed denken. Na de reparatie van een oud lek in de voorband, gelukkig in het dorp, op weg naar de lokale bezienswaardigheid. Een Hindoe/Khmer tempel, Vat Phu, die op de lijst van Wereld Cultureel Erfgoed is gezet. Het is een enorm complex daterend uit de 11e Eeuw met een ingewikkeld water-opvang en -opslagsysteem.











Een hele klim naar boven, maar de moeite waard alleen al voor het prachtige uitzicht. De volgende dag regende het ’s morgens vroeg behoorlijk, maar om een uur of 8 werd het droog en ik vertrok iets na negenen weer naar Pakse. Tijdens de terugweg langs de oostoever van de rivier nog verder onder de indruk van de Mekong gekomen. Het was een mooie tocht over een nieuwe weg tussen de rijstvelden van het rivierdal door. Een overstekende hond was nog niet gewend aan verkeer op de weg en liep bijna onder mijn motor. Ik kwam vrij met een flinke hartklopping, maar je realiseert je weer even hoe kwetsbaar je bent. In Pakse nog wat boodschappen gedaan en wonder boven wonder zonder regen terug op de thuisbases aangekomen. Leuk weekend gehad dus.

Vandaag was een student niet op de Engelse les omdat hij iemand in zijn koffieveld, hier op het terrein, op een mijn was gestapt, naar het ziekenhuis in Pakse bracht. De verwondingen bleken mee te vallen, maar het brengt de oorlog van 40 jaar geleden wel in één letterlijke klap, even heel dichtbij.

dinsdag 7 juni 2011

Boomplantdag.



1 Juni was het hier Nationale boomplantdag. Ik was daar tijdens de les de dag ervoor, op voorbereid Er werd mij voorzichtig duidelijk gemaakt dat de volgende morgen geen Engels kon worden gegeven omdat iedereen geacht werd mee te gaan om bomen te planten. Ik vroeg of ik mee kon doen en dat mocht. Later werd mij ook gevraagd of we in Nederland ook boomplantdag hadden en het verbaasde nogal toen ik zei dat ik daar regelmatig met groepen kinderen aan mee had gedaan.


Het veld waar we ’s morgens om half 9 voorstonden was niet ver van het hoofdgebouw. Het was een veld waar olijfbomen uit China stonden die het duidelijk niet zo erg naar de zin hadden, veel dode takken en geen lekkere groene kleur. Ze hadden ook nog nooit gebloeid en niemand zag er nog veel heil in. We zouden er tussen avocado bomen gaan planten. Maar eerst moest er met de bosmaaier een beetje ruimte gemaakt worden. Dat lukte aardig en zonder dat er een duidelijke taakverdeling werd gemaakt vond iedereen een taak. De vrouwen en meisjes zorgden daarbij haast vanzelf voor de aanvoer van de zaailingen en later voor het opbinden. De mannen maakten plantgaten, zorgden voor bemesting met een soort koemestkorrels die o.a. van rijststro en vleermuismest zijn gemaakt.

Na een uurtje of twee hadden we 100 mooie zaailingen geplant, netjes op rijen tussen de slecht groeiende olijfbomen. Toen was het tijd voor een gepast feestelijke Lao afsluiting. Er werd vis gebakken waarbij mijn gasstel nog goed van pas kwam en er was natuurlijk BeerLao. Later kwam nog iemand met een paar kilo aardappels uit zijn eigen tuin en kon ik de aanwezigen verbazen met mijn uitstekende aardappelschiltechniek. Onze manier van schillen hadden ze nog nooit gezien. Van de door mij geschilde aardappels werd toen nog wat patat gebakken, lekker bij het bier. Aardappel wordt door de Lao gezien als ‘snackfood’. Ondertussen was me ook wel duidelijk gemaakt dat mijn plan om ’s middags de les in te halen die ’s morgens vervallen was, niet door kon gaan. Dit was een echte vrije dag en de les inhalen kan volgende week ook wel.

Donderdag en vrijdag was er ook nog hoog bezoek; de hoogste baas van NAFRI, dhr. Bounthong. NAFRI is het National Agricultural and Forestry Research Institute dat direct onder de Minister van Land- en Bosbouw valt en waar het centrum hier deel van uitmaakt. (zie de link) Omdat hij bleef slapen en een kamer naast de mijne had werd ik uitgenodigd om samen te eten. Dat was erg leuk en het blijkt dat hij duidelijk wel meer van mij verwacht dan alleen Engelse les. Hij had al gesproken met Tim Cook, de VSO vertegenwoordiger in Laos, en we hadden een goed gesprek. Dat is dan toch weer een voordeel van de voorkeursbehandeling die je als buitenlander vaak krijgt en waar ik me meestal een beetje opgelaten bij voel. Vanuit de organisatie hier liggen er dus kansen om meer te gaan doen, nu proberen hier de goede informatie (wat is er al gedaan, waar is er echt behoefte aan en was is realistisch?) hier ter plaatse boven water te krijgen en dan kijken of we een pilot van de grond kunnen krijgen.

zondag 29 mei 2011

Ituo

Ituo begint al “thuis” te worden. Iedereen spreekt me hier aan als “teacher”. “Good morning teacher, can I ask a question teacher”. Dus mijn rol is voorlopig wel duidelijk. Mijn dagelijkse ritme wordt bepaald door de Engelse lessen. Ik heb gelukkig meer dan voldoende tijd om voor te bereiden en ik vind het leuk. Iedere les 10 nieuwe woorden aanleren en de eerder geleerde woorden steeds herhalen in korte zinnetjes die ikzelf maak of die de studenten maken. “What are you doing? I walk to the door. Where is he standing? He stands behind the window. Where is the pen? The pen is under the paper on the table. Where is my hand?  Your hand is on your shoulder”. Enz, enz. Gelukkig heb ik van Felice een aantal nuttige ideeën gekregen om wat afwisseling te brengen. Ik kreeg ook wat tips voor huiswerk, want de les is niet compleet als er geen huiswerk voor de volgende les is opgegeven. Volgende week ga ik ook wat tuinbouw woorden aanleren; gereedschap, plantendelen e.d. dan komen we misschien iets dichter bij mijn eigenlijke doel, om ook inhoudelijk een bijdrage te leveren. Er wordt hier nog heel weinig aan groenteteelt gedaan en er is toch wel behoefte aan lijkt mij, in ieder geval staat het zo in het geformuleerde beleid.

Op vrijdag is het hier de gewoonte dat er groepswerk wordt gedaan. Het terrein wordt opgeruimd of er wordt samen op het land gewerkt. Daar ben ik blijkbaar van uitgezonderd, maar dat betekende wel dat ik meestal vrijdag alleen achter mijn bureautje zat. Ik had gehoord dat er in Pakse een landbouwtentoonstelling was, op het terrein van de landbouwschool daar, met een stand van ons onderzoekscentrum. Nadat ik om 8 uur de was had opgehangen ben ik dus maar eens op de motor gestapt om daar naar toe te rijden. Leuk om te zien. Een kleine tentoonstelling waar het centrum een stand had met zaailingen (avocado, macadamnoten en koffie) Eén van de studenten Engels bemande de stand. Wat boodschappen gedaan en terug naar Ituo. Nuttige besteding van de vrijdag.

Gister bezoek gehad van 2 andere VSO volunteers. Die waren aangenaam verrast door het lekkere klimaat hier. Ze wonen in streken waar het stukken warmer is. Natuurlijk een bezoek gebracht aan de waterval, daar was het helemaal heerlijk koel. Tot onze verrassing ook nog 3 badende monniken tegengekomen. Een gezellig weekend. Het is hier op het centrum de laatste twee weken toch drukker dan gewoonlijk, want er zijn twee groepen boeren uit het grensgebied met Vietnam die een speciale training krijgen in het telen van koffie. De regering wil dat stimuleren, want de vraag naar de zeer goed bekend staande koffie uit Laos is sterk gegroeid en daarmee de prijs natuurlijk. Je ziet ook dat er enorme hoeveelheden zaailingen worden verkocht vanuit deze omgeving. Het is hier blijkbaar het ideale klimaat om de zaailingen op te kweken. Na zo 2 maanden worden ze dan aan nieuwe boeren verkocht.

Ik ben nog steeds onder de indruk van de enorme hoeveelheid insecten die ’s avonds toch nog je kamer weten binnen te dringen en vooral van de grootte van sommige exemplaren, op een morgen vond ik deze enorme neushoornkever voor mijn deur. Ongevaarlijk, maar angstaanjagend; ze maken ook nog een vreemd sissend geluid als je ze aanraakt.


zondag 22 mei 2011

Trip naar Thailand.


A room with a view.

Het begint hier in het Research Centre in Ituo al een beetje vertrouwd te raken. Ik heb een dagelijks ritme, van eerst de kamer vegen, alle vleugels en dode insecten weg.
Dan een tochtje naar het dorp voor een kop koffie. Van half 9 to 12 uur in kantoor, lunch, de rest van de middag op kantoor, soms een spelletje petanque  en dan koken, kijken of er een internet verbinding mogelijk is ,wat lezen, muziek en naar bed.

Op het werk is me eigenlijk alleen gevraagd Engelse les te geven. Ik heb een gesprekje gehad met de twintig mensen die daar belangstelling voor hadden en ik heb twee groepen gemaakt en geef die nu 2 keer 1,5 uur in de week les, plus een groepje van 4 managers die een speciale training willen. Het grootste probleem is dat ze heel bang zijn om fouten te maken en te praten. De talen verschillen natuurlijk ook erg. Ik heb mij maar als doel gesteld om ze zoveel mogelijk naar Engels te laten luisteren en eigenlijk ze te dwingen in korte zinnetjes te spreken. We beginnen dus heel eenvoudig met korte zinnen en 10 woorden per les. Voorlopig houdt het me bezig.

Gister een trip naar Ubon Ratchathani in Thailand gemaakt omdat ons toeristenvisum weer verliep. Dit keer wel iets verder dan bij Vientiane net over de grens. De grens is ongeveer 30 km van Pakse en dan is het 100 km naar Ubon. Een bus trip van ongeveer 3 uur. Susan, de Engelse volunteer die in Paksee woont, had kaartjes geregeld voor José-Mario en mij. Ik vertrok op de motor om half zeven naar Pakse,  en na wat zoeken naar hun huis, gingen we met een tuktuk die ons langs de weg oppikte naar het busstation om om half 9 te vetrekken. Bij de grens geen problemen, alleen wat wachten en om half 12 waren we in Ubon. Daar de terugweg geregeld en boodschappen gedaan.

De vorige keer schreef ik dat ik niet veel verschil zag tussen Laos en Thailand maar hier waren toch wel degelijk verschillen te merken, ook omdat je in een grote stad was. Enorme supermarkten, waar alles te krijgen is en veelal veel goedkoper dan in Laos. Om 15.30 uur ging de bus terug en om kwart over 6 waren we weer terug in Pakse. Te laat om terug te rijden, want in het donker rijden is hier echt gevaarlijk.

Susan woont met Mozes (de Oegandese volunteer) in een enorm huis, daar dus maar geslapen, maar eerst lekker gegeten. In een volkomen verlaten restaurant van een enorm toeristen hotel aan de Mekong waar ze een heerlijke vis klaarmaakten. Alles moest voor ons speciaal klaar gezet, de kok gewekt, licht aan, deuren en ramen open, tafel gedekt, ventilator erbij, maar we hadden een lekkere avond. De volgende morgen, zondag dus, lekker ontbeten in Pakse, nog wat supermarkten af voor boodschappen, naar de markt voor groente fruit en brood en om 12 uur was ik weer thuis. Daar werd ik uitgenodigd voor een lunch met Lao food, door mijn buurvrouw.  Ze was naar haar ouders in Dong Khong (helemaal in het zuiden van Laos)  geweest en had verse vis meegenomen. Vis, veel groente, noodles, alles gekookt in bouillon, lekker!